Vakantie op een eiland heeft iets speciaals. Zeker als dat eiland Corsica heet. Op het geboorte-eiland van Napoleon kun je genieten van stranden, de zee, oude stadjes, watervallen... Corsica, een heerlijk stukje Frankrijk, maar dan toch vooral een exotisch stukje Frankrijk.
Alles zit mee. Zondagochtend zitten we al in de buurt van het Italiaanse Genua terwijl we 's avonds pas rond tien uur in de havenstad kunnen inschepen. We besluiten de saaie kade in Genua voorlopig te mijden en voor de rest van de dag een strand op te zoeken. Deze vakantie kan niet meer stuk. Lijkt het.... want 's avonds verschijnt de door gereserveerde boot niet aan de kade. Wel regelt de rederij nog snel een boot om de nacht op door te brengen. Toch wordt het nog gezellig want volgens afspraak treffen wij onze vrienden op de kade. Uiteindelijk komen we toch op Corsica. Op camping Pitrera, iets boven Porto Vecchio, krijgen we mooie plaatsen. We hebben zoveel lovends over de stranden in deze hoek gelezen dat we besluiten tot een vergeljkend warenonderzoek. De eerste week moet je immers altijd een beetje bijkomen van een jaar verkeerd leven. Regelmatig kopen we in alle vroegte vers stokbrood en vullen we de thermoskannen met koffie en thee. Ontbijten op het strand wordt onze nieuwelife-style. Na een paar dagen strand begint het te knagen. Moeten we met al dat moois in de buurt onderhand niet iets gaan doen? We besluiten naar de Cascade de Piscia di Gallo te gaan voor een korte wandeling. Je neemt hiertoe de D368 richting Ospedale. Binnen een half uur rijd je vanaf zeeniveau naar een hoogte van duizend meter. Na Ospedale geven borden het startpunt van de wandeling aan. Tot teleurstelling van onze kinderen kun je niet helemaal tot aan de waterval klimmen. Het laatste stukje is te gevaarlijk.
Zwijnen
Iets heel anders. In Bonifacio kun je relatief goedkoop en toch lekker eten. Bijvoorbeeld bij restaurant Les Amis aan de kade. Natuurlijk ga je niet alleen naar Bonifacio om er te eten. Dit stadje wordt niet voor niets in alle reisgidsen de hemel in geprezen. Ligt het daarom zo hoog op een klif? Op vakantie moet in principe niets maar ik raad je aan om het booottochtje langs de kust te maken. Zeker als je met meer bent moet je onderhandelen over de prijs. Een andere "must" is het strandje aan de voet van de klif. Op advies van onze campingbaas rijden we via Ospedale en Zonza naar Aulene. Binnen een uur zit je in een landschap dat je de zee doet vergeten. Aulene is een authenthiek Corsicaans dorp zonder opsmuk en zonder echte bezienswaardigheden. Daarom is het van de ene kant juist echt en valt het van de andere kant ook een beetje tegen. Wel zorgen door de straten rondscharrelende zwijnen voor de nodige hilariteit. Op de terugweg stoppen we op de Col de Bavella voor een wandeling naar de Trou de la Bombe. Een schitterende wandeling in 3 1/2 uur te doen is. Heen en terug wel te verstaan.
Binnenland
De stranden van Corsica zijn mooi, maar om het eiland te leren kennen moet je naar het binnenland. Daar hoog in de bergen zou de ziel van het echte Corsica verscholen zitten. Zo wordt ons voorgehouden. De echte Corsicaan zou vreemd genoeg veeleer een herder in de bergen dan een visser op zee zijn. Nieuwsgierig als we zijn gaan we op onderzoek uit. Camping Santa Barbara bij Corte is snel gevonden. Wat onwennig verkennen we het terreintje. Wij moeten altijd eerst even wennen voordat we een camping leuk gaan vinden. Het is siesta en er hangt een heerlijke rust. De beherende familie is uiterst vriendelijk en koddig. De mannen zijn types uit "Kuifje en het vreemdelingenlegioen": kale koppen, dikke nekken, enorme torso's, een blik van "met mij maak je de kachel niet aan". En prominent aanwezig in Hawaipakken. Van oma "Flodder" mogen we gaan staan waar we maar willen. Toch is de keuze beperkt omdat er maar weinig schaduw is. We vergelijken de lengte van een aantal jonge bompjes en kiezen uiteindelijk een plek. Eenmaal geïnstalleerd staan we best goed. Op maandagmorgen blijkt dat de bewoners van Corte nog geen zomervakantie hebben. De campng is omringd door een houtzagerij, een vliegveldje, een kazerne en een hondenkennel. Bovendien is het op deze camping een gaan en komen van kampeerders. Het gerammel van tentstokken is 's morgens niet van de lucht... Bovendien doet de bar van de camping af en toe dienst als de uitgaansplek van "tout Corte". De broers aan de toog blijken in het stadje getapte gasten. Met hen kun je lachen. Daar komt men op af. De karaoke en het dansen gaan soms tot half vier door. Het is dus geen wonder dat de toiletten 's morgens nog niet gepoetst zijn. De jongste broer stond aan het hoofd van de polonaise en ligt net in bed. Toch zien we ook de humor van dit alles in. Wie had dit verwacht hier in Corte? De meeste kampeerders zijn bergsporters die al vroeg op een oor liggen en uitgerekend de beheerders zijn de nachtbrakers. We gaan de camping waarderen. De broertjes hebben overigens ook heel aandoenlijk een waterpartijtje op de camping aangelegd a la "het huilende zigeunerinnetje". Gaat dat zien!
Bergmeer
Toch kom je natuurlijk vooral voor de bergen. We beginnen met de tocht die vanuit de Restonica-vallei naar het Lac du Melu en het Lac Capitello klimt. Ontzettend mooi. We wijden over deze tocht niet uitvoerig uit want hij staat in bijna elke reisgids beschreven. Daarom is het hier ook op doordeweekse dagen druk. Neem handdoek en zwemspullen mee vor een stoere duik in een van de meren. Denk eraan: hoe hoger, hoe kouder. In het bovenste meer lijkt het of je in een wak gevallen bent.
Berghut
De tijd begint te dringen. We hebben al zoveel moois gezien, maar we hadden ons toch voorgenomen om tijdens deze vakantie ook een keer met de kinderen te overnachten in een hut in het hooggebergte. Informatie van de bergbrandweer leert ons dat we echte bergschoenen aan moeten trekken en geen gympies. Vertel de campingbaas op welke dagen je in de bergen zit en welke tocht je denkt te gaan lopen. Bel voor de uitgebreide weersvoorspelling naar het vliegveld in COrte (telefoon 0495460452). Loop heen de kortste route, zodat je vroeg bij de Refuge de "Petra Piana" bent. Er zijn immers maar dertig slaapplaatsen en vanuit het dal reserveren is onmogelijk. De berghut heeft water, een douche en een keukentje. Eigen pannen, borden en bestek meenemen is niet nodig. Je kunt er ook brood en kaas kopen. Beddegoed is niet aanwezig maar in de zomer heb je het warm genoeg als je in je kleren slaapt. Tenminste in de hut en met de deur dicht.
De tocht begint bij de al eerder genoemde "Bergerie de Grottelle" (1370 meter) aan het einde van de Restonica-kloof. In vijf uur klimmen we redelijk vlot naar de hut op 1842 meter hoogte. Net op tijd, want een half uur later zijn alle slaapplaatsen in de hut bezet. Midden in de nacht schreeuwt iemand met een nachtmerrie ons wakker. Hij zit rechtop in bed en roept keihard "vorsicht, vorsicht"! Al om zes uur in de morgen is de hut in rep en roer. Om acht uur beginnen wij ook aan onze "tocht der tochten". Via het "lavu Bellebone" klimmen we naar de top van de "Monte Rotondo". We zitten dan op 2622 meter. De afdaling daarna naar het "lavu de l'Oriente" is pittig maar verantwoord. We laten de kinderen tussen de volwassenen afdalen, helpen hen en waarschuwen hen voortdurend geconcentreerd te blijven. Ze geven geen kik, vinden het prachtig en verleggen wederom hun grenzen. Via de "bergerie de Tmozzo" komen we ruim tien uur later weer uit bij de weg door de Restonica kloof. Bij enkele kinderen knikken de knieen van vermoeidheid maar hun gezichten stralen van trots... Wij kunnen ons nu voorstellen dat een Corsicaan liever een herder in de bergen dan een visser op zee wil zijn.
Bron: KCK mei 1998